De zelfgemaakte pauk in de pers

Colofon

Gepubliceerd in 1998
Uitgeverij Herik, Landgraaf
Lees een excerpt
 

Recensies

 

Bijzonder precieus

Voor de befaamde bibliofiele reeks ‘Zwarte reeks’ ontwierp Peter Ghyssaert de gedichtencyclus De zelfgemaakte pauk, die visueel werd opgeluisterd met tekeningen van zijn vader. Ook ditmaal is de sfeer van deze poëzie bijzonder precieus, zoals de inboedel van een statig herenhuis. Ghyssaert slaagt er opnieuw wonderwel in om die vermoeide romantiek optimaal tot zijn recht te doen komen, door de keuze van saillante details en precieze adjectieven. Daarenboven zorgt het thema van de muziek voor een zekere ontgrenzing van de pijnlijk onontkoombare werkelijkheid. Toch blijft het romantische project, ondanks alle desillusies, fundamenteel overeind; de onvolkomenheid blijkt bovenal een eigenschap te zijn van de waarnemende en dichtende mens, die steeds opnieuw er naar streeft om zijn begrenzingen te overwinnen en voor even de illusie van een volmaakt vers te creëren. Het vers wordt zo een aards paradijs, maar dan onder een stolp; cliché en banaliteit zijn nooit ver weg en dreigen het verhevene en het suggestieve steeds weer teniet te doen. Ghyssaert weet die beklemmende sfeer pertinent weer te geven, maar toch kan de lezer zich niet van de indruk ontdoen dat hij dit alles al eerder –en bij dezelfde dichter- heeft gelezen, en dat van de meeste hier opgenomen gedichten elders in het oeuvre van Ghyssaert sterkere versies bestaan. Allicht betreft het hier gelegenheidswerk of een overgangsbundel; niet minder, maar ook niet meer dan dat.

Bron: VLABIN, 22.02.99

Uit onechte vezel

(…) ook Peter Ghyssaert zoekt het enigszins in een melodieuze tonaliteit om zijn schrijverschap te definiëren in De zelfgemaakte pauk, terwijl de tekeningen van Ghyssaerts vader er een surrealistische toets aan geven. Veel gedichten verwijzen naar instrumenten en het musiceren. Zoals we dat van Ghyssaert gewoon zijn, schuilt er een dreiging van verval in, maar toch hebben deze gedichten iets lichtvoetigs. Misschien omdat er klanken van verzet tegen de angst en de dreiging door de fijnmazige verzen geweven zijn. Dit zijn helemaal geen opgetutte gedichten, maar veertien krachtige hommages aan de muziek, plaatsen en vooral aan de ouders. Alhoewel ook zij aan de wetten van het leven onderhevig zijn.

Bron: Knack, 5 mei 1999

Zoeken naar de wolfskwint

Zomer verwaait in kristalkamers. Een moeder is doende met een kind. Ze schrikt wanneer er knikkers tussen spijlen door hard lachend op het marmer slaan: ‘Geluid gaat in de huistrechters verloren / maar op zolder speelt de major domus / op zijn cello toonladders / tot hij de wolfskwint heeft gevonden.’ Peter Ghyssaert blijft in zijn poëzie op fascinerende wijze zijn liefde voor muziek belijden. De wolfskwint is (voor strijkers en blazers) een onmogelijke interval die per seconde 8,43 zwevingen in het tweegestreept octaaf met zich meebrengt. Omdat het voor de bouwers onmogelijk is op fretloze instrumenten de juiste trillingsverhoudingen in te bouwen, dient de gebruiker van het instrument zelf de wolfskwint te vinden. Die geeft een, de naam zegt het al, jankend, huilend geluid. Om haar te vinden moet je thuis zijn op je instrument, weten waarmee je bezig bent. Als op zijn instrument (Ghyssaert is violist) is deze dichter thuis in zijn poëzie, weet hij waarmee hij bezig is.

In zekere zin is Peter Ghyssaert in zijn meest recente werk zelf óók op zoek naar de wolfskwint, en in zijn jongste bundel De zelfgemaakte pauk lijkt hij die te hebben gevonden. In zijn voorgaande bundels Honingtuin (1991), Cameo (1993), Sneeuwboekhouding (1995) en Jubileum (1997) toverde hij ons steeds, kort samengevat, de schoonheid van de vergankelijkheid voor. In sterk muzikale gedichten, vol eind- en binnenrijmen, echoklanken en assonanties. Móóie poëzie, maar op den duur wat terneerslaand. Het was al ziekte en ouderdom, dood en verderf, en in die fixatie school Ghyssaerts wolfskwint. In De zelfgemaakte pauk lijkt de Antwerpse dichter uit die cirkel te breken. Allez, vrolijker is een te groot woord, maar zijn nieuwe gedichten hebben meer oog voor het leven zelf. Er gaat licht in aan en kinderen lachen. Het heeft er alle schijn van dat Ghyssaert zijn oeuvre met deze bundel aan het bijsturen is, naar licht achter wolken, naar zonneschijn na regen. De zelfgemaakte pauk telt veertien gedichten, die weer tintelen van ritme en melodie. Ghyssaert bezingt huizen, musici en zijn ouders. De bundel bevat vijf sterke tekeningen van zijn vader Ernest Ghyssaert, die de poëzie wezenlijk versterken. Dit werk blijft boeien, je kunt deze gedichten kantelen en tegen het licht houden: telkens vallen nieuwe facetten op. Peter Ghyssaert heeft zich een geheel eigen plaats in de moderne poëzie verworven. Ook in dit werk blijft overal het verval dreigen, maar net even anders als in zijn eerdere bundels. De zelfgemaakte pauk is een fraai vormgegeven boekje vol beklijvende beelden.

Bron: De Houten Gong, tijdschrift voor po√ęzie, nr. 2, mei 1999

De Zwarte Reeks

Dit jaar bestaat uitgeverij Herik tien jaar. Dat wordt gevierd met een dikke dichtbundel van Frans Budé, ‘Zomerplaats’, met tekeningen van Gilbert De Bontridder. De vormgeving kan mij niet bekoren: de gedichten beginnen direct onder de bovenrand van de pagina. Experimentje. Moet kunnen. Herik specialiseert zich in poëzie – uitgaven die gepaard gaan met beeldende kunst. De Zwarte Reeks, een soort poëziebundeltijdschrift waarop je je kunt abonneren, telt nu al 43 deeltjes, alle geïllustreerd en alle op zeer verschillende, geregeld verrassende en soms prachtige wijze vormgegeven. De beste dichters geven bij Herik voorproefjes van hun komende bundels: Judith Herzberg, Rutger Kopland, Gerrit Komrij, J. Bernlef, Hugo Claus, Gerrit Kouwenaar, Willem van Toorn en zo voort. De kunstenaars met wie hun werk verbonden wordt, zijn vaak gekozen door de dichters zelf, wat dit dubbeloptreden extra aantrekkelijk maakt. Peter Ghyssaert, de drieënveertigste dichter in de Zwarte Reeks, heeft voor het bundeltje ‘De zelfgemaakte pauk’ zijn vader Ernest om tekeningen verzocht. Ze sluiten qua surrealistische sfeer heel goed aan bij het werk van de zoon. Het beste gedicht, het lange ‘Psalm 35’, bleef onuitgebeeld.

Bron: Trouw, 27 november 1998

Hoort u mij? Over!

(…) Peter Ghyssaert (…) ontdekte de egocentrische, onverdraagzame kern van psalm 35, ‘Bestrijd, o Jahweh, die mij bestrijden’, en maakt er een psychologisch meesterwerkje van (…)

(Over ‘Psalm 35’ / Bespreking van Parmentier / nieuwe psalmen / 1993)

Bron: Vrij Nederland, 7 oktober 1993

De zelfgemaakte pauk

De zelfgemaakte pauk van arme mensen glimt;
zij geven mij twee vilten hamers,
ik speel; het vuil gaat zwerven rond een plein
en op de verre brug rijdt de kaduke
avondtrein zich stil. Ik maak muziek,
ik zie de koorts breed op een voorhoofd staan,
langs leuningen verschuift geluid
en wollig licht. O oud, oud zwerk,
de pauk zingt in uw holte vol gebrek,
de wind die waait is klank die van de hamers stijgt
voorbij de grenzen van hun koninkrijk.